De ringburcht

maquette

Gelegen in een gracht en slechts bereikbaar via een stenen brug bestaat de hoofdburcht van kasteel Teylingen uit een vrijwel ronde ringmuur, die een terrein omcirkelt met een doorsnede van 37 meter, met daarin aan de noordwestzijde een poortgebouw en aan degrondplan oostzijde een donjon, waarvan de binnen- en buitenmuur de curve van de ringmuur volgen. Van deze drie onderdelen is de ringmuur, getuige het grote baksteenformaat (29/33,5 x 14/16 x 8 cm), het oudst. Doorgaans wordt deze muur in het begin van de dertiende eeuw gedateerd. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de burcht rond 1900 en in 1953 ingrijpend is gerestaureerd. Grote delen van de muur werden aangevuld en hersteld; het oorspronkelijke materiaal werd soms weggebroken en door nieuw vervangen. Veel origineel muurwerk is er aan het exterieur van de muur dus niet zichtbaar, al is de muurkern natuurlijk wel oud.

kasteel
Is het muurwerk van de ringmuur aan de veldkant geheel glad en alleen doorbroken door op regelmatige afstand van elkaar geplaatste smalle schietgaten, aan de binnenzijde loopt er rondom een reeks bogen met daarop een weergang.

Oorspronkelijk was de muur bekroond met kantelen, zoals te zien is op de oudste afbeeldingen die van kasteel Teylingen bekend zijn.

 

Per vak bevindt zich in de dikte van de pijlers van de weergang een kaarsnis. In het vierde006 vak rechts, geteld vanaf de rechterzijde van de toren, bevindt zich een uitvalspoortje. Dit poortje kon met een zware balk worden afgesloten. Hiervan getuigt nog een horizontaal kokergat in de dikte van de muur. In het zesde vak rechts is in de rechter muurpijler een secreet aangebracht.

Opmerkelijk is dat het terrein binnen de muren hoger ligt dan buiten de muren. Buiten is de ringmuur boven het maaiveld 6,9 meter hoog, binnen is dezelfde muur slechts 5,2 meter boven het maaiveld verheven.

Bron: Bezoekersgids van Teylingen

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
In 2011 is, in opdracht van de Rijks-gebouwendienst, gestart met restauratie-werkzaamheden van de ringmuur. Eerst werd de fundering tot ca. 30 cm onder het maaiveld gecontroleerd en waarnodig gerestaureerd. Daarna werd alleen de te sterk verweerde en afgebrokkelde stenen en voegen vervangen. Belangrijk is namelijk dat het gebouw zijn ruïneuze karakter behoudt.