De herstelwerkzaamheden van 1383

Herstelwerkzaamheden onder Jan van Boechorst

Jan van der Boechorst is van belang voor de geschiedenis van het kasteel, omdat hij het kasteelcomplex in 1383 grondig liet renoveren. De rekeningen van deze renovatie zijn bewaard gebleven en geven een aardig beeld van wat daar zoal bij kwam kijken.

Blijkbaar werd vooral de oude donjon aangepakt. De vloerniveaus werden veranderd en de kap kreeg een nieuwe bekleding. Voor zover het oude hout bruikbaar was, werd deze Spijkershergebruikt, vooral de balken. Deze balken kwamen voornamelijk op de “bovenste zolre” terecht. Oude balkgaten werden gedicht en er werden nieuwe gaten en inkassingen gemaakt. Voor de muurankers moesten ankergaten worden geboord. Het zware hout (balken, korbelen, standvinken, sleutelstukken en binten) werd in Den Haag gekocht, het minder zware (wagenschot, planken en eiken ribben) in Leiden. Beide soorten werden via het water naar Lisse vervoerd en van daar met wagens naar Teylingen.

Maar met het hout alleen was men er nog niet. Met wagens bracht men zand en kalk naar Teylingen. Verder vermelden de rekeningen muurankers, haken, ijzeren banden om aan balken te bevestigen en vooral heel veel spijkers, nagels en dergelijke. In de “nedersten zolre in den toern” maakte men onder meer een trap, een uitkragend gemak en de oude vensterluiken Kozijnwerden door nieuwe vervangen. De middelste ‘zolre’ kreeg eveneens een gemak “mit enen portael” en nieuwe luiken, vier in totaal. De bovenste ‘zolre’ werd voorzien van tien nieuwe dakkapellen.

Verder hebben “Hughe ende Pieter ghemaect in den toern beneden een kasiin [kozijn] met twee zanerlike groete [uitzonderlijke grote] vensteren beneden ende twee cleyn vensteren boven”. Waarschijnlijk gaat het hier om het kozijn van één van de twee dubbele boogvensters van de grote zaal.


De bebouwing op de voorburcht

Ook op de voorburcht waren veel gebouwen aan een herstel toe en zo krijgen we een indruk van wat er in die tijd zoal op de voorburcht heeft gestaan. De keuken, een klein huis en de stal werden opnieuw met riet gedekt. Volgens de rekeningen hadden deze bouwwerken veel schade geleden door een harde wind.

Oostelijke gedeelte van de kademuur welke in 1983/84 werd aangetroffen.

Oostelijke gedeelte van de kademuur welke in 1983/84 werd aangetroffen.

Het genoemde kleine huis wordt het “cleyn slaephuus” genoemd en was gelegen bij de stal naast de hooiberg. Tot slot is er sprake van het maken van een ‘wagenhuis’, dat met riet werd gedekt evenals de ‘travali’, de plaats waar de paarden beslagen werden.

Interessant zijn de passages die verhalen over het opmetselen van een muur, die in de gracht was gestort op de plaats waar de oude kapel had gestaan. Over de situering van deze muur lezen we, dat er een nieuwe muur langs de gracht tegenover de burcht stond, in de nabijheid van de brug. Het zal hier gaan om het oostelijke gedeelte van de kademuur welke in 1983/84 tijdens opgravingen werd aangetroffen.

Uit de rekening blijkt dus dat er op de voorburcht een kapel heeft gestaan. Hoe oud die kapel precies was, is niet bekend maar tot twee maal toe is er sprake van een oude kapel, die in 1383 al was verdwenen.


De poortgebouwen

PoortDaarnaast werd er werk uitgevoerd met betrekking tot de kleine en de grote poort. In de grote poort kwam een nieuwe doorgang. De nieuwe poort had twee deuren met in een van deze deuren een kleine loopdeur. Zoals blijkt uit de rekeningen had dit grote poortgebouw een “oversten zolre”. Hier werd een ‘rat’ gemaakt, waarschijnlijk een rad om de valbrug op te kunnen trekken. Verder diende een van de ruimtes van het grote poortgebouw voor wijnopslag en deze ‘wijnket’ kon met een groot slot worden afgesloten.

Het kleine poorthuis had eveneens een zolder en werd van een trap voorzien om “opt cleyn poerthuus te gaan”. Een derde poort was de voorpoort, die dwars op de laan lag die naar de boomgaard voerde. Hiervoor werd een hek vervaardigd. Een wijngaard was er ook en deze werd omheind.


Het einde van de verbouwing

Toen alles klaar was, moest er weer worden opgeruimd. Het puin werd achter de keuken gestort. De mannen waren hier twee dagen mee bezig. Daarna werden alle gebouwen met sloten en vergrendelingen uitgerust en werd het nodige wapentuig aangevoerd: donderbussen met alle toebehoren en tonnen vol pijlen. Teylingen mag dan vooral als jachtslot dienst hebben gedaan, verdedigbaar was het nog altijd.

Bron: Bezoekersgids van Teylingen